Theater De Spiegel


Karel Van Ransbeeck


CV Karel Van Ransbeeck (09/08/1963)

Karel Van Ransbeeck volgde een professionele opleiding aan het Nationaal Poppentheater te Boedapest (Hongarije) en aan de Hogeschool voor Theater, Film en Televisie te Brussel. Ook volgde hij opleidingen te Neerpelt, Tilburg, Amsterdam, Dordrecht (Nederland) bij onder meer Yang Feng en Frank Soehnle. Te Charleville-Mézières liep hij in 1989 zomerstage bij Petr Matasek en in 1995 bij Gérard Lépinois.

 

Karel Van Ransbeeck engageerde zich bij verschillende Belgische poppentheatergezelschappen, zoals Taptoe, De Maan, Welle, Vlinders en Co, Froe Froe. Daar werkte hij als poppenspeler, regisseur of scenograaf. Gedurende 7 jaar gaf hij les in de School voor Poppenspel te Mechelen (nu het Firmament) en gaf hij workshops poppentheater en poppenspel in verschillende hogescholen te Vlaanderen en Nederland. Als poppenmanipulator werkte hij voor de Nationale Televisie, de Schooltelevisie en Les Guignols (Canal+).

 

Sinds 1994 is Karel Van Ransbeeck artistiek leider bij Theater De Spiegel. Dit theatergezelschap werd door zijn vader gesticht in 1965 als poppentheater. Karel groeide op binnen dit poppentheater en nam de leiding van zijn vader over. Hij verlegde de klemtoon van poppentheater naar de unieke combinatie van poppen en objecten met muziek.

 

Sinds 2001 ontvangt Theater De Spiegel subsidies van het Vlaams Ministerie van Cultuur als Muziektheatergezelschap. In zijn artistieke zoektocht gaat Karel Van Ransbeeck steeds weer op zoek naar een symbiose tussen figuren, objecten, muziek, geluid, tekst... om zo een theatertaal te ontwikkelen voor een groot publiek.

In 2004 creëerde hij ‘De Rode Draak’, zijn eerste theaterproductie voor een specifieke doelgroep: kinderen jonger dan 3 jaar oud. Sindsdien is de werking voor de allerkleinsten een intrinsiek deel van Theater De Spiegel geworden. 


Karel Van Ransbeeck bedacht het concept van diverse voorstellingen van Theater De Spiegel, waarvoor hij de scenografie of regie op zich nam:

  • Koning Midas (1983)
  • Huizewuizewouterje (1986)
  • Vicky De Viking (1992)
  • Sneeuwwitje (1995)
  • Duimpje (1995)
  • Dikke Vrienden (1996)
  • Karel en de Elegast (2000)
  • Petrushka (2000)
  • Straatje Zonder Eind (2000)
  • Grote Pien, Kleine Pien (2002)
  • Renardieën (2003)
  • Lust (2003)
  • En attendant (2003)
  • De Rode Draak (2004)
  • Noah (2004)
  • P. en ik (2006)
  • R (2007)
  • Bramborry (2008)
  • Twee Oude Vrouwtjes (2008)
  • Carmina Bremana (2009)
  • Songs on the Mahabharata (2009)
  • Caban (2012)
  • Lelegüm (2012)
  • Gombolo (2012)
  • Nest (2013)
  • BZZZ’T (2013)
  • Meneer Papier en Don Karton (2014)
  • Mouw (2014)

Interview met Karel Van Ransbeeck; De zintuiglijkheid van voorwerpen als dramaturgie

Hij staat me op te wachten op het perron in het ondergrondse station, nonchalant tegen een zuil geleund met het licht knorrige maar toch hartelijke voorkomen dat hem kenmerkt. We nemen de roltrap en komen uit in het hart van de ‘kathedraal van het spoor’. Zo noemen de Antwerpenaren trots het station – en je wordt inderdaad aangegrepen door deze ware kathedraal van steen, glas en metaal die in 1975 nipt aan de afbraak ontsnapte. Volgens het tijdschrift Newsweek is dit een van de vier mooiste stations ter wereld. In de gigantische hal vertelt Karel Van Ransbeeck me dat ze soms als voorstellingsruimte dient voor concerten, opera's en kunstperformances. Het decor is neergepoot.
We lopen langs De Keyserlei naar de Meir en het historisch stadscentrum. De beeldenjager en grote designliefhebber met zijn opmerkzame blik wijst me de hele weg lang op statige oude gevels naast moderne architectuur. De kunstgeschiedenis leeft hier nog altijd en maakt de ziel uit van deze stad.
We stoppen onderweg om te lunchen in restaurant ‘Bien Soigné’, een vriendschappelijke knipoog.
Karel komt in gezelschap vrij terughoudend over, maar als hij het heeft over zijn grote passie, muziektheater voor de allerjongsten, laat hij zich gaan in een vurig betoog vol van zoveel opwellende gedachten, beelden en verwijzingen dat mijn heerlijke ‘plaatselijke bouillabaisse’ lauw is vooraleer ik ze op heb. Ik moet er onmiddellijk aan toevoegen dat theater, marionetten en objecten behoren tot de familiecultuur die van hem in 1994 de artistieke leider van Theater De Spiegel heeft gemaakt.

In de schoot van de familie. Na een voorstelling van Faust, waarvan hij enorm onder de indruk is, beslist Karels vader toneelspeler te worden, maar zijn kleine gestalte speelt hem parten. Hij wordt designer en richt een gezelschap op als familiepoppentheater. Het is eerst en vooral een tijdverdrijf om het gezin (5 broers en zussen) bezig te houden. In het weekend werken alle kinderen mee aan het maken van de voorstellingen, het vervaardigen van de marionetten, de scenografie en het poppenspel. Karel verdient zijn eerste sporen met voorstellingen die het gezin in een vakantiecentrum in Zwitserland geeft. Als kind begint hij met de gordijnen te bedienen, daarna leert hij staafmarionetten manipuleren. Aan die periode houdt hij een uitstekende organisatiezin over (het gezin reist met 14 pakken en zakken), herinneringen aan de kracht van object, beeld en scenografie, en een liefde voor spektakel en voor communicatie met het publiek. De woorden van zijn vader de designer indachtig, die verrukt Spaanse glasblazers – ‘materiekunstenaars’ – gadesloeg terwijl ze door hem ontworpen glazen vervaardigden, is hij altijd blijven streven naar ambachtelijk werk, tot een hoger niveau opgetild.
Als jongeman verlaat Karel de beschutte familiekring om in Hongarije praktijklessen te volgen aan de hogeschool voor poppentheater. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om zoveel mogelijk voorstellingen te zien (theater, opera, dans, …) en het is tijdens dat cultuurbad dat hij de rol van de muziek in het poppentheater ontdekt. De jonge Karel ziet een reeks balletopvoeringen met marionetten (Stravinsky, Liszt, Bartók, ...). Hij merkt hoe het object (de marionet) kan worden verrijkt met de muziektaal die de beweging ondersteunt en zo een benadering biedt die veel emotioneler en zintuiglijker is. In die periode geraakt hij ervan overtuigd dat een voorstelling één geheel is waarin het object, de muziek, de beweging, de acteur en het decor ten dienste staan van een gevoelsesthetiek. Ervan overtuigd dat het meest geschikte publiek voor een dergelijke aanpak dat van de allerjongsten is, kinderen van 0 tot 3 jaar, zegt hij meer dan 10 jaar geleden het klassieke marionettenspel vaarwel om zich aan het muzikale figuren- en objectentheater te wijden.

Scheppingsproces in de ‘onbehaaglijke zone’. Karel is sterk geïnteresseerd in het werk van Alison Gopnick, professor ontwikkelingspsychologie aan de universiteit van Berkeley en schrijfster van De kleine filosoof; hij vindt bij haar de bevestiging van wat hij al intuïtief weet. “Het is via de herhaalde, intuïtieve, associatieve, emotionele ervaring van de leefomgeving dat het kind kan opbouwen wie het is en hypothesen over de wereld kan formuleren. De waarnemingscapaciteiten van het kind speuren naar de hele rijkdom van gegevens die in de omgeving zitten vervat. Het is een denkwijze die niet lineair is.”
Gesterkt door die verklaringen bouwt Karel een artistieke spelomgeving op, een soort van zintuigentheater, waarin het jonge kind uitgenodigd wordt de ‘zintuiglijke deur’ te openen en zijn eigen ingebeelde reis op te bouwen. Wat het te zien krijgt, spreekt sterk de taal van de zintuigen aan, zodat de beelden op de muziek tot leven komen. “Omdat de voorstelling tot stand komt in het hoofd van de toeschouwer, willen we dat het op het toneel wemelt van woorden, muziek en bewegende objecten, dat alle zintuigen worden aangesproken, dat werkelijkheid en verbeelding samenvallen”, zegt Karel.
Om dat te bereiken, kiest Karel voor een ongebruikelijke mix van kunstenaars en brengt hij naar believen alle leeftijden en alle mogelijke artistieke praktijken en disciplines samen op een ‘kleurrijk’ toneel waar alles met elkaar verbonden wordt door universele, multiculturele codes.
“Ik plaats hen in een zone waarin ze zich onbehaaglijk voelen, zich vragen stellen, om hen te helpen hun imago als gespecialiseerd artiest te vergeten, hun ‘rugzak’ neer te zetten, hun intuïtie te volgen. Ik provoceer hen door hen te vragen afstand te nemen van al hun gewoonten, hun artistieke zekerheden, en zo een echte oprechtheid terug te vinden in wat ze doen op het toneel. Ik zet hen aan de verbanden tussen object, muziek, acteur en beweging in vraag te stellen en het juiste evenwicht te vinden. Dankzij die authenticiteit kunnen ze met de allerjongste in communicatie treden. Het is een experimentele aanpak, sterk intuïtief, waarin ik de ideeën en de materialen aanbreng, en daarna begint het avontuur: alles is mogelijk …”, verklaart Karel.
Dit is niets voor tere zieltjes!
Als de grote lijnen vastliggen, stelt het team ze voor in een kinderdagverblijf waarmee het samenwerkt om te zien hoe er wordt gereageerd en om het geheel bij te werken. Tin, Karels levensgezellin, speelt een belangrijke rol als critica en raadgeefster. Tin werkt in het kleuteronderwijs, waar ze workshops voor motorische ontwikkeling leidt, geïnspireerd op de ideeën van Veronica Sherborne. Het opzet van die workshops bestaat erin de kinderen de mogelijkheid te geven via de bewegingen van het lichaam in contact te komen met de anderen en de eigen gevoelens te leren herkennen en beheersen. Het is een activiteit waarin het lichaam en de zintuigen worden bevraagd. “Wat bedoel je daarmee?”, vraagt Tin. Ze kan de nodige afstand nemen en heeft een vlijmscherpe kritische blik. Die blik van buitenaf helpt om terug te keren tot de zuivere artistieke taal die eigen is aan de waarneming van het kind.
“Dit werk richt zich tot elk publiek”, benadrukt Karel. “De volwassen begeleider (ouder of professional) is de veilige en zekere bemiddelaar. Hij moet erin toestemmen de kindertijd en de taal ervan in zichzelf terug te vinden, tijd en ruimte te maken voor de ontmoeting, zich open te stellen zodat de reis mogelijk is.”
In die subtiele alchemie begeleidt de volwassene, ontdaan van zijn gebruikelijke beeldvorming, het jonge kind in de intimiteit van de ontmoeting tussen kind en kunstenaar, voor een tocht door de leefwereld van de kleuter. Daar is de wereld in opbouw ; hij is breekbaar en mag niet worden verstoord!

DE Studio: een nest, een bruisende kweekplaats. In 2012 strijkt het gezelschap Theater De Spiegel neer in de oude Antwerpse theaterschool. DE Studio wordt door de Stad Antwerpen ter beschikking gesteld van de gezelschappen en beheerd door Villa Nella, een kunsthuis gespecialiseerd in de productie en presentatie van voorstellingen voor jongeren van 0 tot 26 jaar. Je ontmoet er dansers, grafische ontwerpers, muzikanten, acteurs, beeldende kunstenaars en jonge filmmakers; die bruisende artistieke activiteit verheugt Karel enorm, hij die goochelt met disciplines, culturen en leeftijden … In de ruimte die als keuken dienstdoet, wordt 's middags honderduit gepraat over artistieke projecten, scheppingsprocessen, voorstellingen, autodelen, woningdelen, …!

De zintuiglijke blik aanleren: vroege kindertijd en vorming in Vlaanderen. Karel weet dat, om de weg te kunnen vinden in een wereld waar het er zo subtiel aan toe gaat, de opleiding van de professionals van essentieel belang is.
Op dat gebied moet alles nog gebeuren, want de vorming, het onderwijs voor de verantwoordelijken van de ‘zorgverleners’ in kinderdagverblijven en kleuterscholen staat op een van de laagste peilen in heel Europa.
Ook al verleent de Vlaamse overheid subsidies aan de gezelschappen, er is geen politieke wil om voorstellingen en omkadering voor een publiek van allerjongsten aan te moedigen. Sinds 2007 gaat Theater De Spiegel dan ook samenwerkingsverbanden aan met Waalse gezelschappen, die verder gevorderd zijn op dat gebied, en zet het een netwerk op met de culturele centra die voorstellingen voor de allerjongsten aanbieden. In die strategie hebben de professionals op het gebied van de vroege kindertijd een functie te vervullen als ambassadeurs. Theater De Spiegel richt zich dus steeds meer tot kinderdagverblijven, kleuterscholen en lokale besturen om hen ertoe aan te zetten opleidingen te organiseren. Dankzij die modules moeten de professionals hun persoonlijke creativiteit terugvinden, zichzelf de artistieke taal eigen maken en het plezier ontdekken van in een opgewekte sfeer samen met de kinderen iets te scheppen met zaken uit het dagelijks leven: muziek, objecten, materialen, de ruimte, …
Onder impuls van het gezelschap krijgen de samenwerkingsverbanden een duidelijke structuur, maar er wordt niets officieel vastgelegd. Ondanks het project uitgevoerd in overleg met de stad Sint-Niklaas, niet ver van Antwerpen, de acties opgestart met 20 kinderdagverblijven tijdens de Zomer van Antwerpen en de contacten met de Antwerpse schepenen van kinderopvang en van cultuur, zijn de vorderingen beperkt; de mentaliteit evolueert heel traag.
“Het ligt hier niet in de aard de middelen en politiek van de organisaties op elkaar af te stemmen. Wij Vlamingen zijn geen literair volk, we hebben geen grote theaterteksten zoals dat in andere landen het geval is. Onze cultuur is een beeldcultuur (schilderkunst, retabels, …), wij zijn erfgenamen van de beeldcultuur”, legt Karel uit.
Theater De Spiegel geeft echter niet op, want wat het gezelschap doet, werkt als een stimulans in Vlaanderen; de voorbij 4 jaar is men opleidingen beginnen organiseren voor het personeel van de kinderopvang. Maar dat volstaat niet; er is een instrument nodig om muzikaal theater voor de allerjongsten te promoten: een festival.

Reis naar de Far-East (een uitdrukking van Karel): Babelut, een festival met een smakelijke naam. We verlaten Antwerpen 's morgens vroeg: een laatste blik op de prachtige stationshal, een reis van een uur en een kwart, een paar hachelijke overstappen tussen wagons en we komen aan in Domein Dommelhof. Dommelhof is een schitterende instelling opgezet door de provincie Limburg, met zowel een culturele pool gericht op spreiding als een sportieve pool, samen ondergebracht in een fraai bebost park waarin het centrum Musica een bijzonder klankparcours voor groot en klein heeft uitgezet. Deze instelling beschikt over alle technische, logistieke en materiële middelen die nodig zijn voor een festival. Karel kon deze uitstekende kans dus niet laten voorbijgaan; hij wil het muzikaal theater voor de allerjongsten leren ontdekken en erkennen via een festival, en professionals op gebied van peuters en kleuters, maar ook kunstenaars, de mogelijkheid bieden voorstellingen uit heel Europa te zien.
Sinds 2008, onder zijn impuls, hebben Theater De Spiegel en de twee partners, Musica, impulscentrum voor actieve muzikale ontwikkeling, en Domein Dommelhof, centrum voor theaterspreiding, maar ook voor productie van openlucht- en circustheater, zich samen in het avontuur van het Babelutfestival gestort, tot groot genoegen van de kinderen, hun ouders en de professionals uit de sector.
In juni 2015 staan er 10 voorstellingen op het programma, naast talrijke workshops voor de kinderen en hun ouders. Het festival wil via artistieke trajecten tot een steeds grotere interactie tussen kunstenaars en toeschouwers komen.
Tijdens het festival van 2015 zal ook een vormingsdag plaatsvinden voor kunstenaars, professionals van de vroege kindertijd en mensen uit het onderwijs. Hij zal gaan over klanken en stemmenspel, beweging en muziek. Dit is een aantrekkelijk project, dat nog veel meer uren werk vraagt, maar nu wacht ons een andere vergadering, ditmaal in Brussel.

Verzet, provocatie en confrontatie in de stille coulissen van het hedendaags muziektheater. Na alweer wat bewogen overstappen van de ene wagon naar de andere, komen we aan in het Brusselse Noordstation. 20 minuten flink doorstappen brengt ons – met 20 minuten vertraging – naar de vergadering van de 15 hedendaagse muziektheatergezelschappen die actief zijn in Vlaanderen. De zaak die moet besproken worden is de biënnale Opera XXI in Antwerpen. Al jaren organiseren Opera Vlaanderen en internationale kunstcampus deSingel samen met twee gezelschappen de biënnale Opera XXI, met voorstellingen van internationaal niveau. De commissie Theater en Muziek die deze 15 gezelschappen verenigt, waaronder 5 gezelschappen voor jeugdtheater, zou willen dat er tijdens de biënnale ook jeugdvoorstellingen op het programma staan. Maar Opera XXI weigert dat avontuur aan te gaan. Twee uur lang wordt er welsprekend en vurig gedebatteerd in het Vlaams; mijn grote nieuwsgierigheid naar wat er wordt gezegd, wordt niet bevredigd, maar ik leer een discussie volgen aan de hand van gelaatsuitdrukkingen. Iedereen staat recht … er worden keuzes en strategieën vastgelegd. Karel vertelt me stilletjes dat het festival Rotterdamse Operadagen de gezelschappen wel op het programma wil zetten en een publicatie over jeugdmuziektheater wil uitbrengen. De commissie oppert ook een alternatief festival te organiseren, in de jaren waarin de biënnale niet plaatsvindt. De confrontatie met Opera XXI wordt zo vermeden, maar er zijn zalen nodig voor het goede verloop van het alternatieve festival. Zullen de Opera en deSingel hun zalen en technische ploegen ter beschikking willen stellen? Karel en zijn collega's leggen een datum voor een nieuwe vergadering vast. Er is nog veel te doen om de verschillende projecten te structureren en te organiseren, de infrastructuur samen te brengen en een samenhangende politiek uit te stippelen om kwaliteitsvolle voorstellingen voor jonge en zeer jonge toeschouwers te promoten.
Maar de tijd dringt en ik moet naar het Zuidstation. Karel vergezelt me. Terwijl we ons voorthaasten, praten we nog over een en ander. “Ik twijfel enorm als ik iets maak”, vertrouwt hij me toe, “maar ik ben geen modefenomeen, ik ben een kunstenaar van mijn tijd en ik wil culturele producties met een hoge kwaliteit voor de allerjongsten.”

Vertrek, media, de wereld kantelt. Woensdag 7 januari, 20u30, het Zuidstation in Brussel. We nemen afscheid. In de Thalys die me terug naar Parijs brengt, verneem ik het dramatische nieuws; de verbijsterde passagiers zitten gekluisterd aan hun gsm. Karel, onvermoeibare voorvechter van de artistieke bevraging, die overspringt van het bekende naar het onbekende, van het concrete naar het abstracte, van ambachtelijk werk naar moderniteit, die experimenteert, twijfelt, ondervraagt, provoceert, schept … omdat scheppen gelijkstaat met weerstand bieden! Wij zijn allemaal Charlie, ook Theater De Spiegel en Karel.

Gérard Taillefert, leerkracht, medestander en vriend van Nova Villa.